De speeldoos / muziekdoos
Een speeldoos of muziekdoos is een mechanisch
muziekinstrument. Het begon met de uitvinding van de 'speelkam' aan het einde
van de achttiende eeuw. Dat is een als kam gevormd voorwerp, gemaakt van gehard
staal zodat er verende 'tanden' ontstaan variėrend in lengte van kort naar lang.
De tanden worden aangetokkeld door pennen op een draaiende cilinder. De lengte
van de tanden bepaalt o.a. de toon die voortgebracht wordt. De pennen worden in
een speciale volgorde op de cilinder geplaatst, zodat een melodie ontstaat.
Hierdoor wordt het mogelijk muziek vast te leggen en op ieder gewenst moment te
laten horen. De speeldoos was dus de voorloper van de grammofoon.
Veel
van deze cilinderspeeldozen werden in Zwitserland geproduceerd. Er werden in de
loop van de tijd vaak onderdelen aan speeldozen toegevoegd, zoals bellen,
trommeltjes, castagnetten en soms kleine orgeltjes. Ook werden speelwerken
ingebouwd in vogelkooitjes, juwelendoosjes, doosjes met dansende poppetjes en zo
nog veel meer.
In 1885 werd de platenspeeldoos ontwikkeld. Een speciale
techniek werd uitgevonden om lipjes in een stalen plaat te ponsen. Die lipjes
dienden ervoor om, in plaats van de pinnen op de cilinder, de kam aan te
tokkelen. Zo kon men bij een speeldoos een verzameling platen aanschaffen en
veel verschillende muziek beluisteren, in tegenstelling tot de cilinderspeeldozen,
waarvan het repertoire beperkt was.
Van al deze instrumenten werden grote
aantallen gemaakt, maar er zijn er weer veel verloren gegaan. Toch is er nog
heel wat bewaard gebleven in verzamelingen, musea en bij particulieren. Veelal
in deplorabele staat.
Vaak hebben ondeskundigen geprobeerd kapotte speeldozen
te repareren, maar dat heeft ze meestal geen goed gedaan. De speeldozen speelden
niet meer en belandden op zolders en in schuren waar ze gebruikt werden als
kinderspeelgoed.
Speeldozen zijn zeer kwetsbaar. Maar in de juiste handen
kunnen speelwerken, ook wanneer ze oud en zwaar beschadigd zijn, weer in een
perfecte staat gebracht worden.
